Verslaafde genen De kans dat iemand met roken begint én het dagelijkse aantal sigaretten zijn genetisch bepaald. Dat schreven onderzoekers eind april in het tijdschrift Nature Genetics. Een van die genen ligt op chromosoom 15 in een gebied met genen voor nicotinereceptoren. Er werden ook twee nieuwe genen gevonden die een rol spelen bij de afbraak van nicotine door het lichaam. Deze resultaten maken duidelijk dat genetische aanleg het voor sommige mensen moeilijker maakt om te kunnen stoppen met roken. De VU-onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register en de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst hopen dat hun ontdekking kan bijdragen aan therapieën en medicijnen die het stoppen met roken kunnen bevorderen. (FB) Bas IJs en weder In de IJstijd, toen de Noord-Atlantische Oceaan met een dikke laag ijs was bedekt, trad onder het wateroppervlak toch opwarming op. Dat kwam doordat het ijs en het zoete smeltwater een ‘deksel’ vormden op het dieper gelegen zoutwater, dat warmer was. Toen de ijslaag ging smelten, kwam die warmte vrij en dat kan een belangrijke rol hebben gespeeld in de snelle klimaatveranderingen. Die theorie poneert aard- en levenswetenschapper Lukas Jonkers in zijn proefschrift over oceanische veranderingen in de laatste IJstijd, waarop hij 12 mei is gepromoveerd. Om het klimaatsysteem goed te begrijpen, is kennis van de oceaancirculatie onmisbaar. (PB) Beeld van de kunstenaar Beeldvorming van moderne kunstenaars wordt sterk gestuurd. Dat blijkt uit onderzoek waarop kunsthistorica Sandra Kisters 20 mei promoveerde. Zij onderzocht Auguste Rodin, Georgia O’Keeffe en Francis Bacon. Beeldvorming kan doorslaggevend zijn voor succes, maar ook een interpretatie opleveren waar de kunstenaar het niet mee eens is. Zo kon O’Keeffe zich absoluut niet vinden in de uitleg van haar werk als een uitdrukking van vrouwelijke seksualiteit. Biografische beeldvorming ontstaat wanneer de kunstenaar, of iemand anders, verbanden legt tussen leven en werk – zoals in een autobiografie, interviews en documentaires. Er blijkt een voortdurende wisselwerking te bestaan: een imago wordt bijvoorbeeld geïntroduceerd in de kunstkritiek en vervolgens herhaald in fotografie of cartoons. (MT) http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/15838 Instabiel is beter De heilige graal van de scheikunde is een stukje dichterbij gekomen. Scheikundigen van de VU en de UvA hebben een principe gevonden dat kan helpen om katalysatoren makkelijker te selecteren, wat een lastig probleem is binnen scheikunde. De werking van veel medicijnen berust op een katalysator, een stof die een chemische reactie in gang zet tussen stoffen in het lichaam en het medicijn. Deze katalysator werkt het snelst, zo ontdekten de chemici, als hij instabiel is. Hoe instabieler de katalysator, des te sneller de reactie. Met massaspectroscopie wisten de onderzoekers deze stabiliteit te bepalen. Je kunt stoffen dus vooraf onderzoeken op hun geschiktheid als katalysator, zo blijkt. De scheikundigen publiceerden hun bevindingen in het tijdschrift Nature Chemistry van 4 april. (RL) Het artikel vindt u via http://tinyurl.com/37jkvox Obese diabeet Fysioloog Wineke Bakker heeft aangetoond hoe het kan dat obesitas leidt tot diabetes (suikerziekte) type II en harten vaatziekten. Insuline, het hormoon dat de suikerspiegel in het bloed regelt, is de boosdoener. Insuline kan zijn werk namelijk niet goed doen bij vetzucht. Kleine bloedvaten regelen de bloeddruk en weefseldoorbloeding in het lichaam. Het hormoon insuline, dat de bloedsuikerspiegel regelt, is hierbij essentieel. Het zorgt voor vaatvernauwing of vaatverwijding van de kleine bloedvaatjes. Vetzucht verstoort die vaatverwijdende functie van insuline en dus treedt er vaatvernauwing op. Dit leidt tot een verhoogde bloeddruk en slechte doorbloeding. Daardoor worden er minder suikers in de weefsels, bijvoorbeeld spieren, opgenomen en blijft het achter in het bloed. De verhoogde bloedsuikerspiegel die dat oplevert, is wat we diabetes type II noemen. Een verhoogd bloedsuiker op zijn beurt leidt tot meer insulineaanmaak, dit leidt tot verdere bloedvatvernauwing en zo is de cirkel rond. Bakker promoveerde 20 mei bij VU medisch centrum. (RL) V U M A G A Z I N E | 21 Te veel op routine Werknemers die al lang in dezelfde functie werken, verliezen vaak aan productiviteit en inzetbaarheid omdat ze hun werk te veel op routine doen. Dat begint al rond het veertigste levensjaar. Bestaande strategieën, zoals functiewisseling of een cursus, zijn niet de oplossing. Organisaties moeten hun werknemers stimuleren om zich te blijven afvragen waarom ze hun werk doen zoals ze het doen en of het ook anders kan. Dan blijven ze beter inzetbaar, zo ontdekte bedrijfspsycholoog Felix Steemers in een onderzoek waarop hij 11 mei promoveerde. Een manier om oudere werknemers beter te laten functioneren is door ze te laten meedenken over vraagstukken van hun leidinggevende. Ook helpt het om ze tijdig aan te spreken op verlies van inzetbaarheid. (WV) Pagina 20

Pagina 22

Heeft u een handleiding, noviafacts of digi onderwijs catalogussen? Gebruik Online Touch: onderwijs magazine converteren naar een online publicatie.

VU Magazine 2010 0x2 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication